Een interessante titel gekozen voor dit boek maar auteur Lisette Thooft onderbouwt haar stelling zeer overtuigend.
Lisette gaat eerst in op de vraag hoeveel je nodig hebt. Ze laat zien dat de inwoners van Bhutan met zeer weinig geld en middelen ontzettend gelukkig zijn. Daarbij legt ze het “bedelnapeffect” uit dat zij ook haar kinderen leerde. Vervolgens gaat ze meteen in op de stelling dat geld tijd kost. Ze bespreekt de enorme keuzevrijheid die welvaart met zich meebrengt en ons vervolgens niet gelukkiger maakt. Tijd is uiteraard gratis, maar de groeiende welvaart brengt ons niet meer tijd. We zijn juist harder gaan werken en ook het gebruik van allerlei apparaten die ons leven makkelijker zouden moeten maken creëren niet meer tijd. Geluk, zo betoogt Thooft, zit hem niet in luxe maar in gezondheid, goede sociale relaties en tevredenheid zoals de Bhutanezen. Vervolgens bespreekt Thooft onze massale koopverslaving. Mannen leiden aan koopverslaving en vrouwen aan winkelwoede. Mannen willen het duurste speeltje (plaswedstrijdje) en vrouwen kunnen niet stoppen met verzamelen. Deze verslavingen leveren een tijdelijk geluksgevoel op dat snel verdwijnt…en wordt er dus weer geld uitgegeven. Volgens Thooft hebben we het dan ook liever druk, zodat we niet niks kunnen doen, want als we niks doen denken we na en beseffen we ons dat we er financieel niet goed voor staan. Dus zijn we druk, druk, druk om meer geld te genereren zodat we dat kunnen uitgeven aan dingen die ons bezighouden. We creëren onze eigen drukte. Thooft maakt een interessante vergelijking tussen geld en poep, beiden zijn bijproducten van een verwerkingsproces. Een zeer interessante gedachtegang. Daarna bespreekt Thooft het genoeg-gevoel. Waarom zou alles nieuw, nieuw, nieuw moeten zijn? Het hoeft niet meer, als je als consument het geschreeuw van de marketeers links laat liggen heb je echt genoeg. Thooft geeft daarna voorbeelden van mensen die bewust hebben gekozen voor een ander pad in hun leven. Deze mensen zijn perfect in balans en maken zelf de keuze tussen werk, vrije tijd en kopen. Thooft raadt aan de tijd te nemen voor alles. Sinds zij een hond in huis nam bleek ze ineens heel veel tijd te hebben voor het maken van wandelingen waardoor ze meer tot rust kwam en inspiratie op deed. Thooft zoekt in haar boek vaak de rust van de natuur en de haast spirituele kant van het doen van klusjes zoals een naaiwerkje. Doe eens iets anders, is haar advies. Ook de kunst van het nietsdoen legt ze uit. Je kunt dat op verschillende manieren aanpakken. Ook moeten we waarderen dat we af en toe geduld moeten hebben en moeten wachten op een dienst of een goed. Deze tussentijd kan erg waardevol zijn. Je kunt ook intens genieten van hele simpele dingen. Gewoon op een bankje in de natuur gaan zitten en kijken wat er allemaal om je heen groeit en bloeit kan een intens geluksgevoel geven. De boodschap van dit boek wordt aan het einde duidelijk uiteengezet: “Het geheim is niet dat je stopt met meer willen omdat je genoeg hebt, maar dat je genoeg hebt omdat je stopt met willen.” (p. 123)
Is Geld Kost Tijd van Lisette Thooft het waard om te lezen? Ja, zeker! Vooral als je op zoek bent naar de psychologie achter het kiezen voor eenvoud. Het is een vlot en slim geschreven boekje met behoorlijk wat diepgang aangaande het concept “consuminderen”. Dit is geen boek vol praktische tips maar een betoog voor het consuminderen.

Geld kost tijd
Lisette Thooft