Wat een apparaat aan stroom kost, reken je uit met één formule: vermogen in watt × aantal uren dat het aan staat ÷ 1000 = verbruik in kWh. Dat getal vermenigvuldig je met je stroomprijs per kWh. Een apparaat van 2000 watt dat een half uur aan staat, verbruikt dus 1 kWh; bij 30 cent per kWh kost dat 30 cent.
In het kort: watt × uren ÷ 1000 = kWh. kWh × stroomprijs = kosten. Het vermogen staat op het typeplaatje of in de handleiding; voor apparaten die wisselend verbruiken (koelkast, wasmachine) meet je beter met een energiemeter.
De formule stap voor stap
- Zoek het vermogen op. Op het typeplaatje (vaak onderop of aan de achterkant) staat het vermogen in watt (W), soms in kilowatt (kW). 1 kW = 1000 W.
- Schat de gebruiksduur. Hoeveel uur per dag, en hoeveel dagen per week, staat het apparaat aan?
- Reken uit in kWh. Watt × uren ÷ 1000. Doe dat per dag en vermenigvuldig met het aantal dagen per jaar.
- Vermenigvuldig met je stroomprijs. Je prijs per kWh staat in je contract of in de app van je leverancier. Gebruik de prijs inclusief belastingen en btw.
Of laat de rekenhulp het werk doen. Vul je eigen getallen in; de uitkomst verandert direct.
Rekenhulp: wat kost dit apparaat per jaar?
Formule: watt × uren ÷ 1000 = kWh. Vul je eigen stroomprijs in; die verschilt per contract.
Rekenvoorbeelden
In de voorbeelden hieronder rekenen we met een stroomprijs van 30 cent per kWh. Dat is een aanname: jouw prijs kan hoger of lager zijn, en bij een dynamisch contract verschilt hij per uur. Het vermogen is een voorbeeldwaarde; kijk voor jouw apparaat op het typeplaatje.
| Voorbeeld | Berekening | kWh per jaar | Kosten per jaar (bij € 0,30) |
|---|---|---|---|
| Ledlamp 8 W, 5 uur per dag | 8 × 5 × 365 ÷ 1000 | 14,6 | € 4,38 |
| Laptop 50 W, 6 uur per dag, 5 dagen per week | 50 × 6 × 260 ÷ 1000 | 78 | € 23,40 |
| Tv 100 W, 4 uur per dag | 100 × 4 × 365 ÷ 1000 | 146 | € 43,80 |
| Waterkoker 2000 W, 10 minuten per dag | 2000 × 0,167 × 365 ÷ 1000 | ca. 122 | ca. € 36,50 |
| Elektrisch kacheltje 1500 W, 3 uur per dag, 100 dagen | 1500 × 3 × 100 ÷ 1000 | 450 | € 135,00 |
| Apparaat op stand-by 3 W, altijd | 3 × 24 × 365 ÷ 1000 | 26,3 | € 7,88 |
Wat opvalt: apparaten met een hoog vermogen die kort aan staan (waterkoker, föhn, magnetron) kosten minder dan je zou denken, terwijl apparaten die warmte maken en lang aan staan (elektrische kachel, droger, boiler) juist flink kunnen oplopen. En kleine verbruikers die altijd aan staan, tellen ook mee: zie sluipverbruik.
Waarom het typeplaatje niet altijd klopt
Het vermogen op het typeplaatje is meestal het maximale vermogen. Veel apparaten gebruiken dat maar een deel van de tijd:
- Koelkast en vriezer: de compressor slaat aan en uit. Het jaarverbruik in kWh staat op het energielabel; dat is een betere maat dan het vermogen.
- Wasmachine en vaatwasser: het meeste verbruik zit in het opwarmen van water. Een wasje op 30 graden kost veel minder dan op 60 graden. Op het energielabel staat het verbruik per 100 wasbeurten of per cyclus.
- Computer en tv: verbruiken meer bij zware taken of hoge helderheid, minder in rust.
- Apparaten met een thermostaat (oven, strijkijzer, kachel) schakelen aan en uit zodra de temperatuur bereikt is.
Voor zulke apparaten is een energiemeter (een tussenstekker met display) de betrouwbaarste manier. Laat hem een dag of een week tussen apparaat en stopcontact zitten en lees het verbruik in kWh af. Energiemeters zijn goedkoop te koop en soms te leen bij de bibliotheek of gemeente.
Het energielabel gebruiken
Bij het kopen van een nieuw apparaat is het energielabel handiger dan het vermogen. Op het label van onder meer koelkasten, vriezers, wasmachines, vaatwassers, tv’s en lampen staat het verbruik in kWh per jaar of per aantal keer gebruiken. Vermenigvuldig dat met je stroomprijs en je weet wat het apparaat ongeveer kost. Zo vergelijk je twee modellen eerlijk: een duurder, zuiniger apparaat kan over de levensduur goedkoper uitvallen.
Tip: reken bij een aankoop de stroomkosten over tien jaar uit. Een koelkast die 100 kWh per jaar zuiniger is, scheelt bij 30 cent per kWh ongeveer 300 euro in tien jaar.
Wat doe je met de uitkomst?
Zet je grootste verbruikers op een rij. Vaak zijn dat apparaten die warmte maken of koelen: droger, elektrische boiler, (tweede) koelkast of vriezer, elektrische kachel, aquarium. Daar zit de grootste winst. Kijk per apparaat:
- Kan het minder lang aan, of op een lagere stand?
- Is het nog nodig? Een oude tweede vriezer die half leeg is, kost elk jaar geld.
- Is vervangen door een zuiniger model het waard? Reken de terugverdientijd uit: aanschafprijs ÷ besparing per jaar.
Voor wassen en drogen hebben we een aparte gids: wasmachine en droger zuinig gebruiken. Meer tips op een rij vind je op energie besparen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel watt is 1 kWh?
Een kWh is geen vermogen maar een hoeveelheid energie: 1000 watt gedurende één uur. Een apparaat van 100 watt doet er dus tien uur over om 1 kWh te verbruiken, een apparaat van 2000 watt een half uur.
Welke stroomprijs moet ik invullen?
De prijs per kWh inclusief energiebelasting en btw, zoals die in je contract of in de app van je energieleverancier staat. Vaste leveringskosten en netbeheerkosten tel je niet mee: die betaal je ook als je niets verbruikt. Heb je een dynamisch contract, gebruik dan een gemiddelde prijs.
Kan ik het verbruik ook zonder energiemeter meten?
Ja, met je slimme meter. Kijk naar het actuele verbruik, zet het apparaat aan en kijk hoeveel het getal stijgt. Dat werkt het best als er verder weinig aan staat. Voor apparaten die steeds aan- en uitslaan, zoals een koelkast, is een energiemeter of het energielabel nauwkeuriger.
Kost een apparaat met een hoog vermogen altijd veel?
Nee. Het gaat om vermogen maal tijd. Een waterkoker van 2000 watt die een paar minuten aan staat, verbruikt minder dan een tv van 100 watt die de hele avond aan staat.





