Op boodschappen bespaar je het meest met drie gewoontes: plan je maaltijden voor de hele week, doe één grote boodschappenronde met een lijst, en gooi zo min mogelijk weg. Daarna helpen huismerken, de prijs per kilo vergelijken en slim omgaan met aanbiedingen. Hieronder staan twintig tips, van makkelijk tot gevorderd.
In het kort: wie plant, koopt minder los en gooit minder weg. Begin met tip 1 tot en met 5; die leveren het meeste op met de minste moeite.
Plannen: de basis
1. Maak een weekmenu
Bedenk vooraf wat je deze week eet. Dan koop je gericht in, gebruik je ingrediënten voor meerdere maaltijden en voorkom je de dure ‘wat eten we vanavond’-boodschappen. Een stappenplan staat in weekmenu maken op budget.
2. Kijk eerst in je kast, koelkast en vriezer
Begin je menu met wat je al hebt. Dat halve pak rijst, de diepvriesspinazie en de blik kikkererwten vormen samen al een maaltijd.
3. Gebruik een boodschappenlijst, en houd je eraan
Een lijst op volgorde van de winkel scheelt tijd en impulsaankopen. Een gedeelde lijst in een app is handig als meerdere mensen boodschappen doen.
4. Doe minder vaak boodschappen
Elke keer dat je een winkel binnenloopt, koop je meer dan je van plan was. Eén grote ronde per week en hooguit één kleine aanvulling voor verse producten werkt voor veel huishoudens goed.
5. Stel een weekbudget
Bepaal wat je per week aan boodschappen wilt uitgeven en houd het bij. Wie betaalt met een aparte rekening of pas voor boodschappen, ziet direct hoeveel er nog is. Lees ook budget maken.
In de winkel
6. Vergelijk de prijs per kilo of per liter
Op het schapkaartje staat naast de prijs ook de prijs per kilo of liter. Een groter pak is lang niet altijd goedkoper per kilo, en een ‘voordeelverpakking’ soms juist niet.
7. Kies huismerken waar het kan
Bij veel basisproducten is het verschil in kwaliteit klein en het prijsverschil groot. Waar het wel en niet loont, lees je in huismerk of A-merk.
8. Kijk hoog en laag in het schap
De producten op ooghoogte zijn vaak de duurdere. Goedkopere alternatieven staan regelmatig bovenin of onderin.
9. Wees kritisch op aanbiedingen
Een aanbieding is alleen een besparing als je het product toch al nodig had en het op tijd opmaakt. ‘Twee halen, één betalen’ op iets wat over de datum gaat, is geen voordeel.
10. Ga niet met honger boodschappen doen
Klinkt flauw, maar met een lege maag belandt er makkelijker iets extra’s in je mandje.
11. Koop seizoensgroente en -fruit
Groente en fruit uit het seizoen zijn vaak goedkoper en smaakvoller. Diepvriesgroente is een goed en vaak goedkoop alternatief, en je gooit er niets van weg.
12. Laat voorgesneden en kant-en-klaar liggen
Voorgesneden groente, geraspte kaas en kant-en-klare sauzen zijn meestal flink duurder dan de basisproducten. Zelf snijden kost een paar minuten.
Thuis: minder weggooien
13. Ken het verschil tussen THT en TGT
‘Ten minste houdbaar tot’ betekent niet dat het daarna weg moet. Lees wat THT en TGT betekenen.
14. Zet oud vooraan
Nieuwe boodschappen achteraan in de koelkast en kast, oudere vooraan. Dan pak je automatisch eerst wat het eerst op moet.
15. Plan een restjesdag
Eén avond per week eet je op wat er nog is. Ideeën staan in koken met restjes.
16. Gebruik je vriezer
Brood, gehakt, gekookte rijst, soep en restjes kun je invriezen. Zet een datum op het bakje.
Gevorderd
17. Kook in grotere porties
Een grote pan soep, chili of pastasaus kost per portie minder en levert meteen een maaltijd voor de vriezer op.
18. Eet vaker vegetarisch
Vlees en vis zijn vaak de duurste onderdelen van een maaltijd. Peulvruchten, eieren en tofu zijn meestal goedkoper per portie eiwit.
19. Neem lunch en drinken mee
Een broodje, koffie en flesje water onderweg kopen tikt aan. Een lunchtrommel en een herbruikbare fles leveren veel op over een jaar.
20. Vergelijk winkels, maar reken eerlijk
Het prijsniveau verschilt per supermarkt. Maar een extra rit naar een goedkopere winkel kost tijd en soms brandstof. Voor de meeste mensen werkt het best: één vaste winkel waar je de prijzen kent, en af en toe gericht naar een andere winkel voor grote aankopen.
Wat levert het op?
Dat hangt af van waar je begint. Een rekenvoorbeeld: stel dat je met een weekmenu, een lijst en een restjesdag € 15 per week minder uitgeeft. Dat is € 780 per jaar. Wie daarnaast huismerken kiest en vaker vegetarisch eet, kan meer besparen.
| Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 |
|---|---|---|---|
| Bonnetjes bewaren: wat geef je nu uit? | Weekmenu + lijst | Huismerken proberen bij 5 vaste producten | Restjesdag invoeren, vergelijken met week 1 |
Tip: bewaar een maand lang je kassabonnen of kijk in je bankapp wat je per week uitgeeft. Dan weet je waar je begint en zie je wat de tips je opleveren.
Meer tips voor keuken en huishouden vind je op besparen op boodschappen en huishouden en in geld besparen in de keuken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel geeft een gemiddeld huishouden uit aan boodschappen?
Dat verschilt sterk per gezinsgrootte, leeftijd van de kinderen en eetgewoontes. Het Nibud publiceert richtbedragen voor voeding per type huishouden; daarmee kun je je eigen uitgaven vergelijken.
Is online boodschappen doen goedkoper?
Het kan helpen, omdat je minder impulsaankopen doet en makkelijk je totaal ziet. Daar staan bezorgkosten tegenover. Wie toch al een lijst gebruikt en niet impulsief koopt, ziet weinig verschil.
Zijn aanbiedingen echt voordelig?
Alleen voor producten die je toch al koopt en op tijd opmaakt. Houdbare producten die je vaak gebruikt (wc-papier, pasta, wasmiddel) kun je bij een goede aanbieding op voorraad inslaan.





